dinsdag 22 november 2011

De Jacht - Metersnoek 4

Gehinderd door de mist...
In deze tijd van het jaar rijd ik ’s morgens in het donker naar mijn werk en ’s avonds kom ik in het donker weer thuis. Normaal gesproken heb ik door de week één vrije middag waarin ik ook het daglicht zie. Meestal ga ik dan even vissen. De afgelopen week kon dit helaas niet. Nu is het zondag en rijd ik naar hetzelfde zandgat waar ik vorig weekend twee mooie snoeken ving. Ik hoop weer wat te vangen, maar kijk het meest uit naar het inademen van de frisse lucht plus het zien en voelen van de zon.
Ik begin op dezelfde stek waar ik de vorige week ook zat. De zon probeert me vandaag te helpen, maar wordt gehinderd door de mist. Deze keer zie ik dan ook helemaal geen activiteit van visjes. Een slecht teken. Na een paar uur houd ik het op deze stek voor gezien. Snel grijp ik mijn materialen bij elkaar en kan ik m.b.v. mijn kruiwagentje snel verkassen. Ik kies een stek waar vanaf de kant het water meteen erg diep wordt. Misschien zit vandaag de witvis, samen met de snoeken, in het diepere water. Mijn hengels heb ik opgetuigd vervoerd en liggen binnen een paar minuten er weer netjes in. Eén aasvis op een diepte van zeven meter en één aasvis op acht meter. Het duurt een paar minuten. Ik ben net bezig een mok koffie in te schenken als ik vanuit mijn ooghoeken de lijn van de zeven meter hengel weg zie lopen. Vervolgens klikt de drop-arm-indicator los en begint het gepiep van mijn beetmelder. Ik sla meteen aan. Eventjes voel ik weerstand, maar al snel haal ik de sardine boven die nog net in de staart vast zit aan één van de dreggen. Op de kop van de sardine zitten duidelijk sporen van tanden. Waarschijnlijk een kleinere snoek. Hoopvol maak ik de hengel weer klaar. Misschien heb ik de hotspot van deze dag wel gevonden! Ondertussen heeft de zon het toch van de mist gewonnen.

Daarachter... in de mist... het zandgat...
Stug blijf ik nog een paar uur doorvissen in het diepere water, ondertussen twijfelend of ik niet beter terug kan gaan naar de eerste relatief ondiepere stek. De zon zou ervoor kunnen zorgen dat de vissen daar wel actief zijn. Als rond drie uur de mist weer terug is en ik niks gevangen heb op deze diepere plek besluit ik te stoppen met vissen. Achteraf had ik misschien beter op de eerste stek kunnen blijven vissen. Maar goed, ik moet niet zeuren. Ik ga investeren in de toekomst. Met de peilhengel ‘bekijk’ ik grote delen van het zandgat. Ik vind mooie ondiepe platen, steile taluds, geleidelijk aflopende taluds, onderwater ‘eilandjes’, nog intacte wierbedden met aansluitend keiharde bodems. Alles staat genoteerd. Ik begin steeds meer gevoel te krijgen met dit water. Inmiddels wordt het donker. Tijd om te stoppen. Ik heb geblankt, maar het geeft niet. In de slootjes en kanaaltjes bij mij in de buurt kan ik met mijn spinhengel relatief makkelijk veel snoek vangen, maar ik wil niet altijd makkelijk. Ik wil een grote diepwatersnoek. Dit zandgat is nog niet klaar met mij. Ergens in dit prachtige water zwemt mijn monster…

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen